SMARTBIOCONTROL - Portefeuille de projets - Plateforme transfrontalière de recherche et de formation pour la promotion du biocontrôle des agents phytopathogènes

Project BIOPROTECT

Biologische gewasbescherming in de praktijk : optimalisatie van de efficiëntie in het veld van (nieuwe) biologische gewasbeschermingsmiddelen

De voornaamste doelstelling van dit project is het gebruik van biologische gewasbeschermingsmiddelen voor de beheersing van ziekten in de grensoverschrijdende regio te verhogen.

Momenteel wordt er weinig gebruik gemaakt van biologische gewasbeschermingsmiddelen. Dit komt doordat de werking van biologische middelen in het veld vaak tegenvalt, ondanks hun goede werking in het labo. Ook is de kennisopbouw rond biologische verdelgingsmiddelen binnen bedrijven nog niet groot en is het onderzoek niet ver gevorderd. In dit project willen we de doeltreffendheid van reeds erkende bio-verdelgingsmiddelen en nieuwe biocontrole produkten op verscheidene belangrijke pathosystemen in de grensoverschrijdende regio valideren en de doeltrreffendheid van de op de markt beschikbare biocontrole produkten verhogen door :

  • enerzijds te zoeken naar de optimale toepassingsomstandigheden van de nieuwe en reeds bestaande biocontrole produkten. Inderdaad, voor een goede werking van deze biologische produkten kunnen bepaalde omgevingsomstandigheden een belangrijke rol spelen, alsook een goede toepassingstechniek.
  • Anderzijds zal aan land- en tuinbouwers de efficiëntie van biologische gewasbeschermingsmiddelen in de praktijk gedemonstreerd worden en zullen zij opgeleid worden hoe ze biologische gewasbeschermingsmiddelen het best toepassen .

Het project bestaat uit 6 werkpakketten: De twee eerste zijn noodzakelijk voor het goede verloop van het project en omvatten respectievelijk het beheer van het project en de communicatieactiviteiten. Het 3e werkpakket heeft als doel een synthese van goede landbouw praktijken te realiseren. In het 4e werkpakket zal een overzicht gemaakt worden van de bestaande bio-verdelgingsmiddelen. Voor deze middelen zal er een literatuurstudie uitgevoerd worden om enerzijds hun efficiëntie in labo- en veldproeven, maar ook hun werkingswijze, in kaart te brengen. Op deze manier willen we onthullen welke kennistekorten er zijn en welke specifieke proeven er zullen moeten aangelegd worden (in WP 2) om deze hiaten in te vullen.

In het 5e werkpakket zullen proeven met biologische middelen aangelegd worden in verschillende teelten die van belang zijn in de grensoverschrijdende regio zoals tarwe, aardappelen, aardbeien, groenten,…

In deze proeven willen we achterhalen hoe deze middelen zo efficiënt mogelijk kunnen toegepast worden. Hierbij zal gekeken worden naar het effect van omgevingsomstandigheden op hun werking, naar een optimale toepassingstechniek,…. Niet alleen proeven in het veld zullen aangelegd worden, maar er zullen ook testen op kleine schaal in gecontroleerde omstandigheden aangelegd worden. In het laatste werkpakket, vorming van de doelgroep,. zullen op de praktijkcentra demonstratieplatformen aangelegd worden.